Fanlog Het Vervolg header image 1

“Journalisten hebben de angst om kritisch te zijn”

21 maart 2010 · 2 Reacties

Door Robbie Kammeijer

“Ik was een keer met een fixer in Fallujah, om een verhaal te maken over Irakese opstandelingen van Al Qaida. Een plaatselijk stamhoofd waarschuwde, dat we gespot werden door extremisten die van plan waren ons om zeep te helpen. Omdat we niet meer konden terugkeren naar Bagdad, heeft het stamhoofd ons bescherming geboden. Hij heeft ons ’s nachts feitelijk met dertig gewapende mannen beschermd. Dat zijn momenten waarop je denkt dat je het niet overleeft.”

Mustapha Oukbih was tussen 2003 en 2009 Midden-Oostencorrespondent voor de NOS. In december maakte hij zijn laatste items en keerde hij terug naar Nederland. “Het waren zeven “tropenjaren”, beschrijft hij. “Het Midden-Oosten is niet een post in Brussel, niet een post in Parijs en zelfs niet een post in Washington. In het Midden-Oosten moet je alles zelf uitvinden, dat is vrij zwaar. En misschien is het ook het geweld, waarom ik dacht: ‘Het is mooi geweest’. Wat kan een correspondent nog meer verwerken?”

Toch was het een bewuste keuze om correspondent te worden in het Midden-Oosten. “Omdat daar zoveel gebeurt en omdat het gebied wereldwijd in de belangstelling staat, vind ik het een van de aantrekkelijkste posten,” verklaart Oukbih. “Ik was in maart 2003 benoemd tot correspondent en twee weken later moest ik de oorlog in Irak verslaan. Vervolgens was het zeven jaar lang in de zesde versnelling.” Ondanks dat het Midden-Oosten een conflictgebied is, wil Oukbih zichzelf geen oorlogscorrespondent noemen. “Ik heb ook verhalen gemaakt over cultuur, over onderwijs,” beargumenteert hij. “Ik geef toe: je komt er niet altijd aan toe, omdat we gefocust zijn op de politiek. Maar mijn leven bestond niet alleen uit aanslagen, geweld en oorlog.”

Perspectief
“Zo heb ik in Irak en Iran verhalen gemaakt over jongeren, wat we van hen kunnen verwachten. Zo’n verhaal maakt de samenleving toegankelijk en inzichtelijk,” vertelt Oukbih. “Een correspondent moet voortdurend bezig zijn met het perspectief van het land waar hij is, dat is zijn essentiële taak.” Het is volgens Oukbih onzin om het Nederlandse bperspectief als maatstaf te gebruiken. “Ons perspectief, onze achtergrond, onze visie is beperkt.”

Correspondenten zijn volgens Oukbih teveel bezig met het nieuws en de actualiteit en te weinig met wat er speelt in de samenleving.“Wat weten wij nou van Iran, buiten de nucleaire kwestie en dat we vinden dat die Ahmadinejad een grote schurk is? Als dat het perspectief zou zijn, zouden we denken dat alle Iraniërs zo zijn, maar dat is dus helemaal niet zo!”

De focus ligt volgens Oukbih teveel op de politieke problemen. “We zijn niet bereid verder te kijken. Ik probeer dat wel als ik in Iran ben. Iran kent namelijk een zeer rijke historische beschaving en culturele beschaving. Er zijn een hoop problemen, maar dat is niet het enige wat gebeurt. Er zijn kunstenaars, zangers, filmmakers, er gebeurt veel op het gebied van vrouwenrechten. En dat moet je laten zien.”

Discussie
De voorganger van Mustapha Oukbih, Joris Luyendijk, bracht in Nederland met zijn bestseller Het Zijn Net Mensen een discussie over de journalistiek in het Midden-Oosten op gang. Journalistiek in dictaturen is volgens hem niet mogelijk. “Joris heeft willen chargeren,” vindt Oukbih. “Hij heeft een discussie op gang willen brengen, die naar mijn idee geen discussie was. Joris beschrijft een karikatuur van het correspondentschap. Ik heb niet op zijn manier gewerkt en heel veel correspondenten werken niet zoals hij beschrijft.”

“Heel sec geredeneerd: je moet niet afhankelijk zijn van allerlei spindokters. Je moet op onderzoek uit gaan, dingen zelf checken.” Achter je bureau en met telefoontjes kun je niet achter de waarheid komen, volgens Oukbih. “Joris is misschien naïef geweest. Misschien is hij naar het Midden-Oosten is gegaan met het idee ‘Ik kom in een warm bad en dat gaat soepel’, maar dat is het Midden-Oosten niet.”

In de afgelopen zeven jaar had Oukbih behoefte aan een klankbord. Dat vond hij bij RTL Nieuws-collega Conny Mus. “Het is een van mijn beste collega’s,” vertelt Oukbih. “We hebben veel samen meegemaakt, zoals de Irakoorlog. Met hem kan ik praten over alles wat ik heb meegemaakt. Omdat we in dezelfde soort situaties hebben gezeten, kunnen we ons tegenover elkaar kwetsbaar opstellen.” Ook werkten Mus en Oukbih nauw samen. “We zijn feitelijk concurrenten van elkaar, maar gingen vaak samen op pad en wisselden ook informatie uit aan elkaar.”

Hypes
Oukbih maakt zich zorgen over de staat van de huidige journalistiek, in Nederland maar ook daarbuiten. De zogenaamde “krantenknipseljournalistiek” heeft volgens hem twee oorzaken: luie journalisten en de hype-cultuur. “Er moet meer naar de inhoud gekeken worden, journalisten zijn gemakzuchtig en blijven bezig met hypes en incidenten,”vindt Oukbih. “We moeten terug naar de kern: gewoon feiten vertellen en de straat op gaan. Mensen hebben de behoefte aan kwaliteitsjournalistiek, maar het aanbod wordt steeds kleiner.”

Het wordt de lezer en luisteraar te gemakkelijk gemaakt, vindt Oukbih. “Een journalist zoekt niet meer naar de achtergronden en de context, maar kijkt naar het beeld over het onderwerp dat er al is bij de luisteraar,” beschrijft hij. “Stel je voor dat je een ander verhaal maakt. Dan hoor je ‘Wat raar!’, of ‘Wat ingewikkeld!’. Dat is toch bizar?” Journalisten willen bovendien niet kritisch zijn, vreest Oukbih. “Journalisten gaan niet meer voor een kritisch interview naar politici, maar voor een quote: ‘We willen eigenlijk ook Wilders hebben’. Maar wat willen we eigenlijk van Wilders horen, en waarom?” Oukbih is niet bang voor nog meer kritiek op de media. “Dat wordt alleen maar erger als we niet in staat zijn om kwaliteitsjournalistiek te leveren.”

Afstand moet voor iedere journalist een begrip zijn, vindt Oukbih. “Het is nu vaak ‘ons kent ons’. Maar dat werkt niet: je moet afstand houden. Dat hele amicale tussen parlementsleden en parlementair redacteur vind ik maar niets.” In betere journalistiek door een gemakkelijkere toegankelijkheid gelooft Oukbih niet. “We hebben de functie van een waakhond. Waarom moet je dan amicaal gaan doen? Je moet je netwerk onderhouden op een zakelijke manier.”

Europa
Op dit moment werkt Oukbih op de NOS-redactie in Hilversum. “Het is belangrijk om op de hoogte te zijn van de werkwijze in Hilversum,” vindt hij. Hij ziet de andere kant van de organisatie en de redactie leert van hem het perspectief van een correspondent kennen. Toch hoopt Oukbih binnenkort weer “buiten te spelen”. “Zolang ik in de journalistiek zit, ben ik het veld in gegaan, heb ik buiten gespeeld. Ik wil het werk van een redacteur niet onderschatten, maar dat is niets voor mij.” Een standplaats in Europa ziet Oukbih wel zitten. “Als je een tijd in het Midden-Oosten hebt gezeten, moet je een ander continent zoeken. En Europa vind ik heel interessant.”

Helemaal afgesloten heeft Oukbih het hoofdstuk ‘Midden-Oosten’ nog niet. Hij is bezig met het schrijven van een boek. “Een tocht door mijn ervaringen en belevenissen, in al die landen waar ik geweest ben,” belooft hij. Het wordt zeker geen antwoord op Het zijn net mensen van Joris Luyendijk. “Ik schrijf wel hoe ik te werk ga, maar het wordt echt iets van mezelf: wat ik heb meegemaakt en wat voor impact dat heeft.” En de titel? “Het zijn geen gewone mensen,” zegt Oukbih met een glimlach.

Foto’s en screenshots: www.nos.nl.

Tags: Interview

  • 1 Hansje // mrt 21, 2010 at 15:09

    Goed interview, Robbie! Ik heb het helemaal eens met Mustapha: niet alleen het actuele nieuws uit het (verre en nabije) buitenland is interessant, maar juist de verhalen over het dagelijkse leven, de cultuur en de ‘gewone mensen’. Dankzij hem begrijp ik nu meer van het Midden-Oosten. Ik hoop straks even boeiende verhalen van Mustapha te horen uit ‘ergens in Europa’.

  • 2 Anjo // mrt 21, 2010 at 16:56

    Mooi om te lezen. De dagelijkse zaken beschrijven lijkt me het mooiste van het journalist zijn. Niet alleen de bommen en granaten.
    Nu is het afwachten waar Mustapha zijn volgende standplaats vindt.

You must log in to post a comment.